Nieuws


De eerste keer FNRS starten - maandag 15 februari 2010

Wil je ook meedoen met de FNRS-wedstrijden?

 

Natuurlijk, heel leuk! Om je vast een beetje wegwijs te maken, hebben we een aantal zaken voor je op een rijtje gezet.

 

Wanneer je voor het eerst mee gaat doen, is het verstandig aan je instructie te vragen of je daar aan toe bent.  Als je nog maar net op paardrijles zit, is het soms beter om nog even te wachten. Als je al een gevorderde ruiter bent, is het mogelijk om hoger in te stromen (maximaal F6). Overleg hierover met je instructie.

 

Inschrijven

Een paar weken voor de wedstrijd hangt de wedstrijdcommissie een lijst op het prikbord in de stal. Als je mee wilt doen, schrijf je hier je naam op en naam van de pony op wie je wilt rijden. Ook kun je een 2e keus opschrijven. We proberen iedereen op de pony van zijn keuze te laten meerijden, maar sommige pony’s zijn erg geliefd, waardoor dit niet altijd lukt.

Je vader of moeder kan zich opgeven als vrijwilliger. Om alles in goede banen te leiden tijdens de wedstrijd zijn namelijk veel mensen nodig.

 

Als het goed is, ben je al in het bezit van een ruiterpaspoort. Als dit nog niet het geval is, moet je dit aanvragen. Hiervoor liggen papieren in de kantine. We raden je aan om het boek van de FNRS te kopen. Hier staat de theorie in die je moet leren en er zit een boekje bij waar alle proefjes instaan.  Verder staan in dit boek ook alle reglementen en voorschriften. Wanneer je proefje F2, F4, F6 of F10 moet rijden, moet je voor je proefje een theorie examen doen. In het FNRS-boek kun je vinden wat je moet leren.

 

Wat trek je aan?

Het is niet verplicht om een compleet wedstrijdtenue te dragen. Je kleding mag echter niet te bont van kleur zijn. Dus broek en trui in gelijke kleuren aan. Begin eenvoudig, de rest kun je lekker voor je verjaardag of aan Sinterklaas vragen.

Een (goedgekeurde) cap en laarzen of chaps en joppers zijn wel verplicht (veiligheid). Je mag als je wilt een bodyprotector dragen.

Als je handschoenen aan wilt, moeten die wit zijn (voor het contrast, zodat de jury je handen goed kan zien), maar zonder handschoenen mag ook.

Als je een wedstrijdjasje aan doet, moeten daar ook een plastron, witte handschoenen en een witte rijbroek bij gedragen worden (Zie ook bladzijde 46 van het FNRS-boek.)

 

De wedstrijd

Ruim een week voor de wedstrijd wordt de startlijst op het prikbord in de stal opgehangen. Hierop kun je zien welk proefje je gaat doen (maar dat wist je zelf natuurlijk al), welke dag en hoe laat je moet rijden en op welke pony je bent ingedeeld.

 

Lees van tevoren het proefje meerdere keren door, zodat je weet wat er van je verwacht wordt. Teken de bak met letters op een papiertje, zodat je duidelijk voor je kunt zien hoe je moet rijden. Zo kom je er vanzelf achter of er dingen zijn die je nog niet kent of die je moeilijk vindt. Je hebt dan nog alle tijd om het aan je instructie te vragen. Meestal worden in de les voor de wedstrijd ook proefjes gereden om te oefenen.

 

Op de dag van de wedstrijd moet je je uiterlijk 1 uur voor de wedstrijd melden bij het secretariaat in de kantine. Dit doe je door je paspoort af te geven (met hierin het recente jaarzegel) en 9 euro startgeld te betalen. Dit is ook het moment voor je theorie examen (de uitslag hiervan krijg je bij de prijsuitreiking na de wedstrijd).

                                        

 

 

                                                     

Daarna ga je je pony klaarmaken voor de wedstrijd. Het kan zijn dat er voor jou ook iemand op dezelfde pony rijdt. Als er niet teveel andere starters tussen zitten, kun je je pony overnemen van je voorganger en hoef je dus niets te doen.

 

Als je de eerste bent die er op rijdt, ga je je pony poetsen, zodat hij mooi schoon wordt en gaat glimmen en vlecht je de manen in. Je kunt vlechtjes maken, die je oprolt tot knotjes of je maakt een matje. Als je niet weet hoe dit moet, zijn er altijd wel mensen in de stal die je willen helpen. Dan zadel je je pony op, eventueel doe je je eigen witte sjabrakje onder het zadel, maar dit is niet verplicht. (Vergeet niet na de wedstrijd het sjabrakje weer te wisselen).

 

Ongeveer 20 minuten, 2 a 3 pony’s, voor je starttijd mag je de bak in. Als het zover is, wordt je geroepen door de stalwacht. Je wacht dan met je pony voor de ingang van de bak, tot de ringmeester de deur opent doet en je toestemming geeft om naar binnen te gaan. Er mag per deelnemer 1 begeleider mee de bak in om je te helpen met opstijgen en te blijven kijken.

 

De binnenbak is m.b.v. lage witte hekjes in tweeën gedeeld. Een klein gedeelte om op- en af te stijgen en los te rijden en een groter gedeelte waar ieder om beurten zijn proefje rijdt. Als jij aan de beurt bent, roept de voorlezer je naam en dan is het zover. Je mag de bak in om je proefje te gaan rijden. Er staat langs de kant een voorlezer, die voor jou je proefje hardop voorleest.

 

Als je klaar bent, ga je weer terug naar het eerste gedeelte van de bak om uit te stappen of om je pony aan iemand door te geven. Je krijgt weer een seintje als je de bak uit mag. Heb je je pony niet aan iemand doorgegeven, dan breng je hem naar stal en zadel je hem af. Als er de rest van de dag niemand meer op hoeft, dan haal je ook de vlechtjes uit zijn manen en vergeet in de winter niet om de deken weer op te doen. Hang je spullen weer terug in de zadelkamer, net als na de les. Dan ga je naar de kantine, waar, nadat de laatste deelnemer klaar is, de prijsuitreiking gaat plaatsvinden.

 

De uitslag

De jury heeft je cijfers gegeven voor alle onderdelen van het proefje. Dit wordt opgeschreven op het zogenoemde protocol. Alle punten worden bij elkaar opgeteld. Wanneer je 210 punten of meer hebt, krijg je een promotiepunt. (Bij 210 punten heb je gemiddeld een zes op alle onderdelen gescoord). Als je in F1 1x een promotiepunt hebt gehaald, mag je door naar de F2. Vanaf F2 t/m F8 heb je twee promotiepunten en vanaf F9 t/m F20 heb je 3 promotiepunten nodig om door te stromen. Bij de even proeven krijg je na het behalen van 2 promotiepunten en het behalen van het theorie examen (bij F2, 4, 6 en 10) een diploma.

 

Per 4 starters wordt er 1 beker uitgereikt. Iedere deelnemer krijgt een rozet: de eerste plaats een oranje, de tweede plaats een rode, de derde plaats een witte en de vierde plaats een blauwe rozet. Alle deelnemers daarna krijgen een roze rozet. Je krijgt je ruiterpaspoort terug, waarin je evt. promotiepunt en behaalde theorie vermeld zijn en je krijgt het protocol. Behalve de cijfers, schrijft de jury hier ook opmerkingen op. Mocht je het niet begrijpen, vraag dan na bij het secretariaat wat bedoeld wordt. Heel handig, want nu weet je waar je bij je volgende wedstrijd op moet letten.

 

Mocht je nu genoeg promotiepunten hebben om door te gaan naar het volgende proefje, maar vind je het nog te moeilijk, dan mag je gewoon nog een keer hetzelfde proefje rijden. Het maximum aantal promotiepunten per proefje is 5. Daarna moet je dus wel door.

 

Hopelijk is het je allemaal duidelijk geworden. Wanneer je nog vragen hebt, stel ze aan je instructie of in de kantine.

 

Vast heel veel succes en plezier toegewenst!!

Reacties:

Er zijn nog geen reacties op dit bericht geplaatst.

Reageren:

Spam-beveiliging

Typ in dit vakje de code die u hieronder ziet staan.




Terug naar de vorige pagina >